English
Contact
Nieuwsbrief

5a. Met wiens auteursrechten krijg ik te maken als ik zelf een video maak?
5b. Moet ik met de meewerkenden afspraken maken als ik een video maak?
5c. Moet ik iedereen die aan de video meewerkt, betalen?
5d. Moet ik meewerkenden vragen om hun rechten aan mij over te dragen?
5e. Moet ik iedereen die in beeld komt om toestemming vragen?
5f. Mag ik opnamen van een klas maken?
5g. Mag ik een gesprek met een patiënt opnemen (en dit in het onderwijs gebruiken)?
5h. Mag ik opnamen (laten) maken als ik zelf de hoofdrol speel?
5i. Mag ik fragmenten uit bestaande programma’s of opnamen in mijn video gebruiken?
5j. De makers van video-, audio-opnamen of foto’s zijn in dienst van een onderwijsinstelling. Hoe zit het dan met het auteursrecht?
5k. De makers zijn studenten. Heeft de onderwijsinstelling dan het auteursrecht op hun werk?
5l. Moet ik opnamen die ik als student maak in het kader van mijn studie, aan de onderwijsinstelling afstaan?
5m. Wat mag de onderwijsinstelling doen met zelfgemaakte video’s die ik als student in mijn portfolio heb geplaatst?
5n. Mijn onderwijsinstelling wil door mij gemaakte video’s opnemen in een databank, waaruit de docent voorbeelden kan gebruiken. Mag dat zomaar?
5o. Een ander wil mijn opname graag in zijn eigen video gebruiken. Mag dat?

5a. Met wiens auteursrechten krijg ik te maken als ik zelf een video maak?
Als u zelf een originele video maakt, krijgt u als maker het auteursrecht daarop. Dit recht hangt samen met de creativiteit die u daarbij aanwendt, denk aan het bedenken en schrijven van een scenario, het regisseren van de video en/of het als cameraman maken van de opnamen. Maar u kunt de video ook maken samen met anderen, die ook creatieve bijdragen leveren en dus ook auteursrecht op de video kunnen doen gelden. Daarnaast kent de wet bij video(film)s ook de producent; dat is degene die het financiële risico draagt van de productie van de (video)film en de meewerkenden heeft geëngageerd. Als de video door één persoon op eigen kosten wordt gedraaid, is die naast de maker tegelijkertijd ook de producent. Zijn er meer meewerkenden, dan regelt de Auteurswet dat alle exploitatierechten op de video automatisch toekomen aan de producent, tenzij hij met de meewerkenden schriftelijk een andere regeling heeft gesloten. Dit betekent dat als een ander de rechten voor het gebruik van de video wil regelen, hij daarvoor slechts bij één partij hoeft aan te kloppen.

Heeft u de video gemaakt in het kader van uw dienstverband of heeft uw werkgever u hier speciaal opdracht voor gegeven, dan komt het auteursrecht op de video toe aan uw werkgever, de onderwijsinstelling. Heeft u de leiding over het maken van de opnamen en levert u daarmee ook een creatieve bijdrage, dan kunt u worden beschouwd als de (hoofd)regisseur.

U krijgt te maken met rechten van anderen als er meer mensen aan uw video meewerken dan wel erin meespelen en ook als u (delen van) andermans opnamen wil incorporeren. Deze situaties komen hierna aan bod.

5b. Moet ik met de meewerkenden afspraken maken als ik een video maak?
Uitgangspunt is dat iedereen die aan een video meewerkt door er een eigen oorspronkelijke bijdrage aan te leveren, auteursrecht heeft. Ook kunnen meewerkende uitvoerende kunstenaars (denk aan musici of acteurs) naburige rechten hebben. Zoals hierboven is vermeld, regelt de wet dat de exploitatierechten van al deze meewerkenden toekomen aan de producent, tenzij schriftelijk iets anders is afgesproken. Wel hebben de meewerkenden dan recht op een billijke vergoeding voor elke vorm waarin de video wordt geëxploiteerd. Deze vergoeding moet schriftelijk met hen worden vastgelegd. Over wat een billijke vergoeding is, kan men onderling onderhandelen. De hoogte daarvan hangt mede af van het beoogde gebruik/exploitatievorm van de video, bijvoorbeeld alleen in het onderwijs van de eigen instelling of onbeperkt wereldwijd gebruik. Ook de tarieven die de meewerkende gewend is te vragen, kunnen hierbij een rol spelen, net als zijn of haar bekendheid. Zo kan een bekende acteur bijvoorbeeld laten vastleggen dat hij gratis aan de video meewerkt, mits die alleen in het onderwijs wordt gebruikt. In de praktijk komen diverse vergoedingsvormen voor: een lump sum voor alle exploitatievormen (soms: 1 euro), afstand van het recht op vergoeding, enzovoort.

Bent u de (hoofd)regisseur/producent van de video, dan moet u zelf de schriftelijke vergoedingsafspraken (die dus ook 0 euro kunnen zijn) met de meewerkenden maken. Hetzelfde geldt (waarschijnlijk) ook als het auteursrecht op de video aan uw werkgever toekomt; verzeker u er dan wel van dat u als (hoofd)regisseur het recht heeft om namens de werkgever de contracten op te stellen. Wordt het sluiten van contracten achterwege gelaten, dan zouden de meewerkenden achteraf alsnog een billijke vergoeding kunnen eisen. Verdedigbaar is dat die vergoeding op nul gesteld kan worden als de meewerkenden al betaald werden in het kader van hun dienstverband (wat uiteraard niet geldt voor ‘externe’ meewerkenden). Een vergoeding voor werknemers kan wel op zijn plaats zijn als met de exploitatie van de video hoge opbrengsten worden behaald.

5c. Moet ik iedereen die aan de video meewerkt, betalen?
In beginsel heeft iedereen die aan een video meewerkt, recht op een vergoeding. De vergoeding voor degenen die in loondienst werken en uit hoofde van hun dienstverband aan de video meewerken, wordt meestal stilzwijgend op nul gesteld. Maar ook externe meewerkenden kunnen gratis hun medewerking verlenen; u kunt hen vragen zonder vergoeding mee te werken. Deze afspraken over vergoedingen moeten wel schriftelijk worden vastgelegd, anders kunnen meewerkenden achteraf nog een billijke vergoeding eisen.

5d. Moet ik meewerkenden vragen om hun rechten aan mij over te dragen?
In beginsel komen de exploitatierechten van medewerkers aan een video al automatisch toe aan de producent, dan wel (als de meewerkenden in dienst zijn) aan de werkgever. Overdracht vragen is dus niet nodig. Maar een uitzondering geldt voor de componist en tekstschrijver van muziek die speciaal voor de video is gemaakt; zij houden hun eigen auteursrecht op hun bijdrage en met hen zou u dus wel overdracht van hun auteursrecht kunnen overeenkomen. Overdracht kan alleen schriftelijk gebeuren, met een handtekening van de rechthebbende(n). Zie ook 6c.

Overigens blijven de persoonlijkheidsrechten altijd bij de meewerkenden zelf; die zijn immers niet overdraagbaar, zie vraag 1c. Op basis daarvan hebben zij recht op naamsvermelding en kunnen ze zich verzetten tegen verminkingen van de video.

5e. Moet ik iedereen die in beeld komt om toestemming vragen?
Iedereen die gevraagd wordt mee te werken aan een video, bijvoorbeeld om er een (hoofd)rol in te spelen, en daarmee instemt, geeft daarmee toestemming dat zijn beeltenis (portret) in de video wordt gebruikt. Wel is het verstandig om deze toestemming ook schriftelijk vast te leggen voor alle beoogde gebruiksvormen van de video; zo kan protest achteraf, bijvoorbeeld op basis van het portretrecht of de Wet bescherming persoonsgegevens die de persoonlijke levenssfeer beschermt, worden voorkomen.

Ook als de meewerkenden geen professionele acteurs zijn, maar bijvoorbeeld figuranten of iemand die wordt geïnterviewd of een bepaalde demonstratie geeft, is het slim hen een ‘medewerkersverklaring’ (of quit claim) te laten ondertekenen waarin zij akkoord gaan met alle beoogde gebruiksvormen van de video. Zie ook vraag 6c.

Daarnaast zijn er degenen die toevallig in beeld komen, zoals passanten die achter een straatinterview langslopen. Het is ondoenlijk aan ieder van hen toestemming te vragen. Volgens de regels van het portretrecht kunnen deze personen zich alleen tegen openbaarmaking van de video (of foto) verzetten als zij daarbij een ‘redelijk belang’ hebben. Denk bijvoorbeeld aan een privacybelang: iemand wordt gefilmd in een compromitterende houding of situatie, of een financieel belang: bekende Nederlanders kunnen gewoonlijk geld vragen voor het in beeld komen. Voor patiënten gelden op grond van de privacybescherming speciale regels, zie vraag 5g.

5f. Mag ik opnamen van een klas maken?
Bij klassenopnamen komen de docent en de studenten in (bewegend dan wel stilstaand) beeld. Op het moment van het maken van deze opnamen heeft u (al dan niet stilzwijgend) toestemming nodig; mensen kunnen ervoor kiezen niet in beeld te komen. Is de opname eenmaal gemaakt, dan kunnen degenen die in beeld zijn gebracht, zich alleen tegen openbaarmaking van de opnamen verzetten als zij daarbij een redelijk belang hebben, zie vraag 4e.

Verder verbiedt de Wet bescherming persoonsgegevens het gebruik van persoonsgegevens die iets zeggen over iemands ras, godsdienst, gezondheid, seksuele geaardheid, strafblad en lidmaatschap van politieke partijen en vakverenigingen. Als klassenopnamen bijvoorbeeld iemands ras, godsdienst of lichamelijk gebrek prijsgeven, is dat dus problematisch. In dat geval is het veiliger als men kan beschikken over uitdrukkelijke toestemming voor het gebruik van deze opnamen, vastgelegd in een medewerkersverklaring. Als de leerlingen minderjarig zijn, moet deze door de ouders worden ondertekend. Op sommige scholen wordt aan de ouders bij de inschrijving gemeld dat de school klassenopnamen kan laten maken en er zonder tegenbericht vanuit gaat dat de ouders hiertegen geen bezwaar hebben.
Maar zeker wanneer er video-opnamen worden gemaakt waarin leerlingen/studenten duidelijk in beeld komen dan wel een belangrijke (hoofd)rol spelen, is het verstandig hen (of hun ouders) in een medewerkersverklaring om toestemming te vragen voor het gebruik van hun beeltenis voor alle beoogde exploitatievormen van de video.

5g. Mag ik een gesprek met een patiënt opnemen (en dit in het onderwijs gebruiken)?
Voor het maken van beeld- of geluidsopnamen van een patiënt is altijd diens toestemming vereist, net als voor het gebruik ervan in het kader van het onderwijs. Patiënten moeten hiertoe een zogenaamde ‘patiëntenverklaring’ ondertekenen. In sommige ziekenhuizen wordt een mondelinge verklaring van de patiënt gevraagd, die bij de opname wordt vastgelegd. Daarnaast zijn er ziekenhuizen die de patiënt bij de inschrijving informeren dat er ten behoeve van opleiding of onderzoek opnamen gemaakt kunnen worden. De toestemming van de patiënt is dan gekoppeld aan de inschrijving. Deze vorm van toestemming is echter niet toereikend: de patiënt moet zijn toestemming zelf expliciet en uitdrukkelijk hebben gegeven.

In sommige gevallen mag de patiënt zijn toestemming ook weer intrekken, waarna de opnamen vernietigd moeten worden. Dit recht heeft de patiënt wanneer er tussen hem en degene die de opnamen laat maken (meestal de arts of een andere behandelaar) een afhankelijkheidsrelatie bestaat; het kan dan zijn dat de patiënt zich tegenover zijn arts niet vrij voelde om toestemming te weigeren. Soms maken de bewuste opnamen inmiddels echter deel uit van een productie waarin veel is geïnvesteerd. Het gevaar dat opnamen achteraf moeten worden vernietigd, kan voorkomen worden door de rol van de patiënt onder een andere naam te laten spelen door een acteur of door een oud-patiënt die niet meer onder behandeling is. Deze ondertekent dan in plaats van een patiëntenverklaring een medewerkersverklaring, zie vraag 5e en vraag 5f.

5h. Mag ik opnamen (laten) maken als ik zelf de hoofdrol speel?
Voor opnamen waarin u zelf de hoofdrol speelt, geldt hetzelfde als voor opnamen van anderen. U doet er goed uw toestemming voor de beoogde gebruiksvormen van de opnamen en eventuele door u daaraan verbonden beperkingen in een medewerkersverklaring vast te leggen met de producent, dan wel uw werkgever. Hetzelfde geldt voor andere meewerkenden en overige rechthebbenden.

5i. Mag ik fragmenten uit bestaande programma’s of opnamen in mijn video gebruiken?
Voor het opnemen van delen uit bestaande videofilms in uw video, is in beginsel de toestemming van de rechthebbenden vereist. U kunt hiervoor de producent benaderen. De naam van de producent is op de aftiteling terug te vinden. Komt een beschermd werk toevallig en heel kort en ondergeschikt in beeld, dan hoeft hiervoor geen toestemming te worden gevraagd, denk aan een gebouw, affiches of auto’s. Ook mag u op basis van het citaatrecht fragmenten van lange werken of kunstwerken in hun geheel opnemen in educatieve of wetenschappelijke opnamen. Zie voor de voorwaarden uitzondering 3 bij vraag 1g.

Bij het vragen om toestemming voor het opnemen van filmdelen komt men regelmatig de volgende problemen tegen: de filmproducent is onbekend, hij kan niet worden opgespoord of hij beantwoordt het gebruiksverzoek niet. In de praktijk wordt het gewenste fragment dan soms toch gebruikt. Doet u dat ook, dan moet u zich wel realiseren dat wanneer de rechthebbende zich achteraf toch meldt, er alsnog een regeling getroffen en vaak een vergoeding betaald moet worden of het fragment, in het uiterste geval, moet worden verwijderd.

5j. De makers van video-, audio-opnamen of foto’s zijn in dienst van een onderwijsinstelling. Hoe zit het dan met het auteursrecht?
Het auteursrecht op werken (of bijdragen daaraan) die door werknemers zijn gemaakt als onderdeel van hun taken binnen een dienstverband, komt volgens de Auteurswet toe aan hun werkgever. Dit geldt alleen voor de exploitatierechten; de persoonlijkheidsrechten blijven bij de werknemer zelf, zie vraag 1c.

5k. De makers zijn studenten. Heeft de onderwijsinstelling dan het auteursrecht op hun werk?
Nee, in beginsel behoudt de student zelf het auteursrecht op zijn werk (maar zie onderaan dit antwoord). Als een student in opdracht van de onderwijsinstelling werk maakt als onderdeel van de studie, kan de instelling daarvoor wel bepaalde gebruiksrechten bedingen, bijvoorbeeld dat het werk in een elektronische leeromgeving wordt geplaatst en beoordeeld wordt door de docent of becommentarieerd door medestudenten. Ook kan een onderwijsinstelling bedingen dat een werk gedurende een bepaalde periode beschikbaar blijft als onderdeel van een e-portfolio. Juridisch gezien geeft de student dan een licentie voor dit beoogde gebruik. Die kan hij schriftelijk overeenkomen met de instelling, maar vaker zal het stilzwijgend gebeuren (een elektronische opdracht moet nu eenmaal openbaar gemaakt kunnen worden, willen anderen hem kunnen beoordelen). Om de student duidelijkheid te geven over het soort gebruik waarmee hij instemt als hij een opdracht uploadt, kunnen de beoogde gebruiksvormen in de bewuste DLO duidelijk in algemene voorwaarden worden vermeld.

De student geeft zo dus alleen een licentie voor bepaalde soorten gebruik; hij houdt zelf auteursrecht op zijn werk. Dat is alleen anders als de instelling overdracht van auteursrecht met hem afspreekt. Dit kan alleen gebeuren door middel van een schriftelijke, door de student ondertekende overeenkomst.

5l. Moet ik opnamen die ik als student maak in het kader van mijn studie, aan de onderwijsinstelling afstaan?
Nee, afstaan hoeft niet, tenzij dat (tijdelijk) nodig is voor beoordeling. Ook houdt u zelf het auteursrecht op uw zelfgemaakte opnamen (dat is alleen anders als u het in een door u ondertekende verklaring aan de instelling overdraagt). De instelling kan wel een aantal gebruiksrechten van u bedingen. Eén daarvan kan zijn dat het materiaal dat deel uitmaakt van uw digitaal portfolio gedurende een bepaalde tijd elektronisch beschikbaar blijft, bijvoorbeeld voor gebruik als studiemateriaal door studenten of docenten. Heeft de instelling de opnamen geheel of gedeeltelijk mogelijk gemaakt (financieel of door het beschikbaar stellen van faciliteiten), dan is het redelijk dat zij ook enkele eisen kan stellen ten aanzien van de exploitatie van de opnamen. De opleiding kan dit bij de algemene voorwaarden, verbonden aan de inschrijving van de student, regelen. Maar gaat het om interessante opnamen die onverwachte exploitatiemogelijkheden blijken te bieden, dan biedt het de student en de instelling meer zekerheid om hierover een apart licentiecontract te sluiten.

Wil een docent de opnamen van de student ter toelichting bij het onderwijs gebruiken, dan is daarvoor zijn toestemming nodig. Dat geldt tenzij de opnamen al eerder met toestemming van de student in het openbaar zijn vertoond; dan zijn ze al openbaar gemaakt en mag de docent ze in zijn onderwijs gebruiken op basis van de uitzonderingen besproken in vraag 1g. Op grond van uitzondering 2 kan de student een billijke vergoeding vragen (het is ook mogelijk een vergoeding van 0 euro af te spreken).

5m. Wat mag de onderwijsinstelling doen met zelfgemaakte video’s die ik als student in mijn portfolio heb geplaatst?
De instelling mag deze video’s in elk geval gebruiken in overeenstemming met het doel waarvoor ze gemaakt zijn. Dat betekent dat docenten toegang hebben tot de video’s om ze te bekijken en te beoordelen. Eventueel ander gebruik is alleen mogelijk als de opleiding daarover afspraken met u als maker heeft gemaakt. Deze afspraken kunnen deel uitmaken van de algemene voorwaarden, verbonden aan de inschrijving. Zie ook vraag 5k en vraag 5l.

5n. Mijn onderwijsinstelling wil door mij gemaakte video’s opnemen in een databank, waaruit de docent voorbeelden kan gebruiken. Mag dat zomaar?
De opleiding mag video’s van studenten opnemen in een databank mits hierover afspraken met hen zijn gemaakt. Deze afspraken kunnen deel uitmaken van de algemene voorwaarden, verbonden aan de inschrijving. Studenten kunnen in het kader van hun studie opdrachten krijgen tot het maken van opnamen, die door docenten en medestudenten worden bekeken en van commentaar worden voorzien (bijvoorbeeld gekoppeld aan een cursus in een elektronische leeromgeving). Dit soort gebruik is inherent aan het onderwijs en daarvoor kan de student dus geacht worden toestemming te hebben gegeven. Wanneer een docent opnamen van een student wil gebruiken in het onderwijs, dan heeft hij daarvoor in beginsel diens toestemming nodig, zie vraag 5l onderaan.

5o. Een ander wil mijn opname graag in zijn eigen video gebruiken. Mag dat?
Dat mag die ander alleen met uw toestemming doen, tenzij hij een beroep kan doen op het citaatrecht, maar dat staat alleen de overname van een fragment toe (zie uitzondering 3 in vraag 1g). Een complicatie kan zijn wanneer u zelf ook bestaande delen van andermans film(s) in uw opnamen hebt gebruikt, waarvoor u toestemming van de rechthebbenden hebt gekregen. Aan hen moet degene die uw video wil overnemen, dan zelf ook weer toestemming voor gebruik vragen, omdat dat bestaande materiaal weer opnieuw wordt gekopieerd en openbaar gemaakt.

Bovendien kan het zijn dat de overnemer van uw video ook nog toestemming nodig heeft van anderen die eigen rechten hebben op hun bijdragen aan uw video, bijvoorbeeld de componist en tekstschrijver van de speciaal voor uw video gemaakte muziek. Hebben er ook nog anderen meegewerkt aan uw video (acteurs, musici, scriptschrijver e.d.) en kunt u als producent worden beschouwd, dan kan de overnemer volstaan met het vragen van uw toestemming, zie 5a. Maakte u de video als docent in het kader van uw dienstverband, dan moet de overnemer toestemming voor de overname (dus een licentie) vragen aan uw werkgever, de onderwijsinstelling.