English
Contact
Nieuwsbrief

1a. Wanneer heb ik als docent of als student te maken met auteursrecht?
1b. Wat is auteursrecht
1c. Welke bescherming biedt het auteursrecht?
1d. Wie wordt door het auteursrecht beschermd?
1e. Wat betekent dit voor video, audio en stilstaand beeld?
1f. Hoe lang duurt het auteursrecht?
1g. Bestaan er speciale regels voor gebruik in het onderwijs?
1h. Waar kan ik meer informatie over auteursrecht vinden?

1a. Wanneer heb ik als docent of als student te maken met auteursrecht?
U heeft te maken met auteursrecht als u video-, geluidsopnamen of beeldmateriaal:

  • gebruikt voor eigen studie of privégebruik, zie onderdeel 2 'Gebruikersvragen'.
  • gebruikt in uw onderwijs, zie onderdeel 3 'Docentenvragen'.
  • onderbrengt in een mediatheek (of bibliotheek), zie onderdeel 4 'Mediatheekvragen'.
  • als u zelf een werk maakt (zoals video- of audio-opnamen), zie onderdeel 5 'Makersvragen'.

1b. Wat is auteursrecht?
Auteursrecht is het recht van de maker van een oorspronkelijk (of: origineel) werk, om dit werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Makers zijn bijvoorbeeld regisseurs, componisten, fotografen, schrijvers of kunstenaars, maar ook u bent een maker als u bijvoorbeeld video-opnamen maakt. Registratie of depot van een werk is niet nodig om beschermd te worden door het auteursrecht; dit recht ontstaat automatisch op voorwaarde dat het gecreëerde werk oorspronkelijk is. Het auteursrecht (‘copyright’ in het Engels) wordt ook wel ‘intellectueel eigendom’ genoemd.

Onder het begrip ‘openbaar maken’, valt elke vorm van vertonen (voor video en beeldmateriaal) en elke vorm van ten gehore brengen (voor muziek en geluid). Uitzenden op televisie of radio, streamen via internet, maar ook het in het openbaar afspelen met een audio-, videorecorder of DVD-speler zijn allemaal vormen van openbaar maken. Ook de verspreiding van stoffelijke exemplaren (kopieën van het werk bijvoorbeeld op CD-Rom, DVD of videoband) valt onder openbaar maken. Denk bijvoorbeeld aan de verkoop van CD(-Rom)s.
Zodra u een stoffelijke kopie (DVD, CD(-Rom), videoband e.d.) legaal in bezit heeft, bijvoorbeeld door aankoop, mag u deze weer verder verkopen zonder dat u het openbaarmakingsrecht van de rechthebbende schendt; dít exemplaar was immers al openbaar gemaakt (dit wordt ‘uitputting’ van het openbaarmakingsrecht genoemd). Maar dit geldt alleen voor stoffelijke exemplaren van een werk, dus niet voor de digitale omgeving. Voor elke keer dat u een werk digitaal wilt openbaar maken (bijvoorbeeld op internet), heeft u in principe wél toestemming van de rechthebbende nodig. Overigens geldt dat niet als u alleen via een hyperlink verwijst naar een werk dat op andermans website openbaar wordt gemaakt.

Onder ‘verveelvoudigen’ valt iedere vorm van kopiëren, met inbegrip van digitaliseren en downloaden, maar ook het maken van een compilatie, het opnemen van (delen van) een werk in een databank of het opnieuw gebruiken van delen ervan in een nieuw werk.
In ruil voor de toestemming die de maker aan anderen kan geven om zijn werk te kopiëren en openbaar te maken, mag hij een vergoeding te vragen. Maar hij kan anderen ook gratis hergebruik toestaan (zie vraag 6i). Deze toestemming (voor een afgesproken gebruiksvorm) wordt een licentie genoemd, met (eventuele) bijbehorende licentievergoeding (‘royalty’ in het Engels). Het verveelvoudigings- en openbaarmakingsrecht worden daarom samen ook wel de exploitatierechten genoemd. In plaats van deze rechten te licentiëren, kan de maker ze ook in hun geheel exclusief aan een ander overdragen (bijvoorbeeld een uitgever), zodat dié het werk vervolgens kan gaan exploiteren via licentievergoedingen. Let wel: de maker kan zijn exploitatierechten alleen schriftelijk overdragen. Een licentie geven, kan wel mondeling gebeuren (maar uit bewijsoogpunt is de schriftelijke vorm beter).

1c. Welke bescherming biedt het auteursrecht?
Met de term ‘auteursrecht’ worden meestal de exploitatierechten bedoeld, dus de bescherming tegen verveelvoudigen en openbaar maken. Het auteursrecht van een maker bestaat echter uit twee onderdelen:

1. Exploitatierechten
2. Persoonlijkheidsrechten (of morele rechten)

De persoonlijkheidsrechten beschermen de sterke band tussen de maker en zijn werk. Op basis hiervan kan de maker als enige beslissen of hij zijn werk openbaar wil maken. Ook heeft hij bij openbaarmaking het recht op naamsvermelding. Bovendien kan hij zich verzetten tegen misvorming van zijn werk. Deze persoonlijkheidsrechten kan de maker niet aan een ander overdragen; ze blijven dus altijd bij hem, óók als hij de exploitatierechten op zijn werk zou overdragen. Hij kan immers zelf het beste de integriteit van zijn werk beschermen.

1d. Wie wordt door het auteursrecht beschermd?
De hoofdregel is dat degene die het oorspronkelijke werk zélf heeft gecreëerd het auteursrecht daarop bezit. Een uitzondering geldt voor een maker in dienstverband: het auteursrecht op zijn werk komt dan toe aan de werkgever, maar dan moet de creatie van deze werken wel tot de taakomschrijving van de werknemer behoren. Een freelancer houdt zelf zijn auteursrecht op het werk dat hij in opdracht heeft gemaakt. Dat is alleen anders als hij schriftelijk met de opdrachtgever overdracht van auteursrecht heeft afgesproken.

Een werk kan meerdere makers hebben als er meer personen een oorspronkelijke bijdrage aan hebben geleverd. Werken met meer makers komen veel voor. Bij een geïllustreerd boek bijvoorbeeld kunnen dat naast de auteur ook de tekenaar en fotograaf zijn. Zeker bij een video(film) is er al snel sprake van een hele reeks makers: de regisseur, de scriptschrijver, de cameraman en de editor. Naast deze makers hebben ook uitvoerende kunstenaars, zoals acteurs en muzikanten, rechten. In hun geval spreken we van naburige rechten; deze rechten lijken erg op het auteursrecht.

Vaak is het nóg ingewikkelder. Niet zelden worden in een video (delen van) andere werken gebruikt; er wordt bijvoorbeeld bestaande muziek aan toegevoegd en/of fragmenten uit een andere videofilm. De makers van deze eerdere werken behouden hun auteursrechten daarop, ook als delen van hun werk aan een nieuw werk worden toegevoegd. Dat betekent dat (in principe) hun toestemming moet worden gevraagd voor het opnemen van (delen van) hun werk in nieuwe werken.

Ten slotte moeten we er bij het maken van video- en foto-opnamen rekening mee houden dat er ook rechten kunnen rusten op dat wat in beeld wordt gebracht. Zo heeft de schilder auteursrecht op het schilderij dat u in beeld brengt en hebben de personen die u filmt het zogenaamde portretrecht. Zie verder vraag 5e en vraag 5i.

1e. Wat betekent dit voor video, audio en stilstaand beeld?
Anders dan bij foto’s is er bij een video- of audio-opname vaak sprake van een hele reeks makers:

  • Makers van een muziekopname (componisten en tekstschrijvers) dragen hun exploitatierechten meestal (tegen betaling) over aan een platenmaatschappij of aan een zogenaamde collectieve rechtenorganisatie (Buma/Stemra, www.bumastemra.nl). Daar moet men dan de licentie voor hergebruik van hun werken afsluiten. Uitvoerende kunstenaars zoals popartiesten en musici hebben naburige rechten. Voor hergebruik van hun uitvoeringen kan toestemming geregeld worden bij de SENA (Stichting ter Exploitatie van Naburige rechten, www.sena.nl).
  • Voor een (video)film, televisieprogramma of documentaire – waar het aantal meewerkende makers en uitvoerende kunstenaars (zoals acteurs) nog veel groter kan zijn – bepaalt de wet dat zij allemaal geacht worden hun exploitatierechten aan de producent te hebben overgedragen. Voor toestemming voor hergebruik hoeft men meestal dus alleen bij de producent te zijn. Dit geldt tenzij de makers een afwijkende regeling over hun auteursrechten zijn overeengekomen met de producent. Op programma’s die op televisie zijn uitgezonden, rusten overigens óók eigen naburige rechten voor de betreffende omroep. Dan moet men dus niet alleen bij de producent maar ook bij de omroep toestemming voor hergebruik regelen.
  • Bij foto’s berust het auteursrecht meestal bij de fotograaf zelf. Veel fotografen zijn aangesloten bij de rechtenorganisatie Stichting Beeldrecht (www.beeldrecht.nl), waar men licenties voor hergebruik van hun foto’s kan afsluiten. Heeft de fotograaf de foto’s in dienstverband gemaakt, dan moet men de toestemming voor hergebruik daarvan regelen bij diens werkgever.

1f. Hoe lang duurt het auteursrecht?
Het auteursrecht (exploitatie- en persoonlijkheidsrechten) begint vanaf de creatie van het werk en loopt (in de hele EU) door tot 70 jaar na de dood van de maker. In zijn plaats wordt het dan door zijn erfgenamen uitgeoefend. De exploitatierechten gaan automatisch op de erfgenamen over (en zij kunnen die vervolgens weer licentiëren of exclusief aan een ander overdragen). Dat is anders voor de persoonlijkheidsrechten: die gaan alléén over op de erfgenamen als de maker dat expliciet in een testament of ander schriftelijk stuk heeft geregeld. Heeft hij dat niet gedaan, dan kunnen zijn erfgenamen deze rechten niet meer uitoefenen.

Creëerde de maker zijn werk in het kader van een dienstverband en heeft zijn werkgever daarop dus het auteursrecht, dan duurt het auteursrecht minder lang. Het eindigt in dat geval al 70 jaar na de eerste openbaarmaking van het werk.

1g. Bestaan er speciale regels voor gebruik in het onderwijs?
U hoeft niet altijd toestemming aan de rechthebbenden te vragen om hun werk te mogen gebruiken. Voor onderwijsdoelen zijn er namelijk uitzonderingen. In de Auteurswet staan drie uitzonderingen (‘beperkingen’ genoemd) waar u als docent van kunt profiteren:

  1. Een beschermd werk mag zonder toestemming van de rechthebbende worden vertoond of ten gehore gebracht in het kader van onderwijs zonder winstoogmerk (art. 12 lid 5 Auteurswet, vertoningsbeperking). Dit geldt voor audiovisuele werken zoals films, video- en televisieprogramma’s, voor audio zoals muziek- en geluidsopnamen en ook voor stilstaand beeld zoals foto’s en kunstwerken. Wel moet de openbaarmaking deel uitmaken van het onderwijsprogramma. Ook moet die fysiek in de onderwijsinstelling zelf plaatsvinden; u mag tijdens de les dus een filmpje vanaf internet vertonen in het leslokaal, maar een kopie ervan op Blackboard zetten zodat studenten het thuis kunnen zien, mag niet op grond van deze uitzondering.
  2. U mag delen van (elk soort) werken kopiëren en openbaar maken ter toelichting bij niet-commercieel onderwijs (art. 16 Auteurswet, onderwijsbeperking). De openbaarmaking of vertoning hoeft in dít geval niet fysiek in het leslokaal plaats te vinden. Een kopie via Blackboard openbaar maken mag dus ook, mits het uitsluitend voor onderwijsdoelen bestemd is, dus bijvoorbeeld in een besloten omgeving waar studenten met een password toegang toe kunnen krijgen. Ook mogen de delen van de werken alleen ter toelichting bij het onderwijs worden gebruikt; ze moeten dus aanvullend en niet onderwijsvervangend zijn. Deze onderwijsuitzondering schrijft bovendien voor dat de auteursrechthebbenden een billijke vergoeding moeten krijgen voor het gebruik van hun werk. Men kan overigens ook met de rechthebbende afspreken dat de billijke vergoeding 0 euro bedraagt. (Gaat het om tekstmateriaal voor (digitale) readers, dan worden de vergoedingen centraal geïnd door de Stichting PRO). Gehele werken mogen volgens deze uitzondering alleen in het onderwijs worden gebruikt als het gaat om korte werken, foto’s of kunstwerken. En in compilatiewerken (zoals (digitale) readers en (beeld)databanken) mogen van één en dezelfde maker slechts enkele (korte) werken worden opgenomen. Voor het vertonen of laten horen van een (lange) video- of audio-opname in het leslokaal kan men dus beter een beroep op de vertoningsbeperking (uitzondering 1) doen, waarvoor men bovendien ook geen billijke vergoeding hoeft te betalen. De onderwijsbeperking eist bovendien ook steeds bronvermelding. Verder mag het werk niet gewijzigd worden en moet het al eerder openbaar zijn gemaakt (een ongepubliceerd werk mag men niet gebruiken).
  3. Ook het ‘citaatrecht’ stelt deze drie voorwaarden: bronvermelding, geen wijziging en eerdere publicatie (art. 15a Auteurswet). Het citaatrecht maakt het mogelijk om beschermde werken gratis en zonder toestemming van de maker op te nemen in een ‘wetenschappelijke verhandeling’. Dit mag ruim opgevat worden: ook een PowerPoint-presentatie voor het onderwijs valt eronder. Een citaat moet wel functioneel zijn; het moet dienen ter ondersteuning van de inhoud van de verhandeling, dus niet alleen maar ter versiering of opleuking. Ook moet de omvang van het citaat gerelateerd zijn aan het doel dat men ermee nastreeft; lange programma’s of lange teksten mag men bijvoorbeeld niet overnemen, wel korte video-, audio- of tekstfragmenten. Kunstwerken en foto’s mag u wel in hun geheel ‘citeren’.

Let wel: Voor een toenemend aantal televisie-, radio- en filmprogramma’s van de publieke omroep kan het gebruik voor het onderwijs worden geregeld via een speciale licentie (met bijbehorende betaling). Zo hoeft u voor materiaal waarvoor uw onderwijsinstelling via de projecten Academia of Teleblik een licentie heeft afgesloten, dus niet meer uit te zoeken of u een geldig beroep op een van de drie uitzonderingen kunt doen.

N.B.: Koopt u een videofilm in de winkel of downloadt u hem via een website waar hij legaal (dus met toestemming van de rechthebbende) wordt aangeboden, dan krijgt u meestal te maken met gebruiksvoorwaarden. Op een DVD staan licentievoorwaarden en ook op internet moet u meestal akkoord gaan met dit soort voorwaarden, voordat u met (betaald) downloaden kunt beginnen. Soms verbieden deze voorwaarden gebruik van de film in het onderwijs; op DVD’s staat vaak dat de film alleen in huiselijke kring vertoond mag worden. De vraag rijst dan wat vóór gaat: deze restrictieve licentievoorwaarden of de uitzonderingen in de Auteurswet, die gebruik in het onderwijs wél mogelijk maken? Deze vraag is door rechters en juristen helaas nog niet beantwoord; sommigen menen dat de licentievoorwaarden vóórgaan, anderen vinden dat ze opzij gezet kunnen worden ten gunste van het recht van iedereen om ongehinderd informatie te kunnen ontvangen, bijvoorbeeld in het kader van het onderwijs.

1h. Waar kan ik meer informatie over auteursrecht vinden?
Meer informatie is onder andere te vinden op:
http://www.surf.nl/auteursrecht
http://www.auteursrecht.nl
http://www.taskforce-archieven.nl/projects/juridischewegwijzer

De tekst van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten is te vinden op:
http://wetten.overheid.nl
http://www.justitie.nl