English

U hoeft niet altijd toestemming aan de rechthebbenden te vragen om hun werk te mogen gebruiken. Voor onderwijsdoelen zijn er bijvoorbeeld uitzonderingen. Soms moet de gebruiker wel een billijke vergoeding aan de auteur betalen, bijvoorbeeld als een werk wordt opgenomen in een reader. In het hoger onderwijs is dit gemeenschappelijk geregeld via de Readerovereenkomst.
Materiaal kan, in de context van onderwijs, zonder toestemming worden gebruikt voor: 

  • Op- of uitvoering voor het onderwijs mits dit een wetenschappelijke of onderwijskundig doel dient
  • Het citeren uit een werk
  • Het overnemen van een deel voor het onderwijs
  • Het kopiëren voor eigen oefening, studie of gebruik
  • Het door middel van een besloten netwerk beschikbaar stellen van een werk dat deel uitmaakt van verzamelingen van voor het publiek toegankelijke bibliotheken
  • Het verveelvoudigen van een werk met als enig doel het exemplaar van een werk te restaureren, raadpleegbaar te houden als de technologie dat het werk toegankelijk maakt in onbruik raakt en bij dreiging van verval om het werk te behouden voor de instelling.

Zie ook de flyer ‘Leefregels voor geoorloofd hergebruik’ (plagiaatpreventie).

Drie uitzonderingen

In de Auteurswet staan drie uitzonderingen, die voor hergebruik in het onderwijs van belang zijn (‘beperkingen’ genoemd) (artikel 15 en 16 van de Auteurswet).

Uitzondering 1: 'vertoningsbeperking'

Een beschermd werk mag zonder toestemming van de rechthebbende worden vertoond of ten gehore gebracht in het kader van onderwijs zonder winstoogmerk (art. 12 lid 5, vertoningsbeperking).
Dit geldt voor audiovisuele werken zoals films, video- en televisieprogramma’s, voor audio zoals muziek- en geluidsopnamen en ook voor stilstaand beeld zoals foto’s en kunstwerken.
Wel moet de openbaarmaking deel uitmaken van het onderwijsprogramma. Ook moet die fysiek in de onderwijsinstelling zelf plaatsvinden; u mag tijdens de les dus een filmpje vanaf internet vertonen in het leslokaal, maar een kopie ervan op een digitale leeromgeving zetten zodat studenten het thuis kunnen zien, mag niet op grond van deze uitzondering. 

Uitzondering 2: 'onderwijsbeperking'

Delen van (elk soort) werken mogen worden gekopieerd en openbaar gemaakt worden ter toelichting bij niet-commercieel onderwijs (art. 16, onderwijsbeperking). De openbaarmaking of vertoning hoeft in dít geval niet fysiek in het leslokaal plaats te vinden.
Een kopie via een digitale leeromgeving openbaar maken mag dus ook, mits het uitsluitend voor onderwijsdoelen bestemd is, dus bijvoorbeeld in een besloten omgeving waar studenten met een password toegang toe kunnen krijgen.
Ook mogen de delen van de werken alleen ter toelichting bij het onderwijs worden gebruikt; ze moeten dus aanvullend en niet onderwijsvervangend zijn.
Deze onderwijsuitzondering schrijft bovendien voor dat de auteursrechthebbenden een billijke vergoeding moeten krijgen voor het gebruik van hun werk. Men kan overigens ook met de rechthebbende afspreken dat de billijke vergoeding 0 euro bedraagt. (Gaat het om tekstmateriaal voor (digitale) readers, dan worden de vergoedingen centraal geïnd door de Stichting PRO).
Gehele werken mogen volgens deze uitzondering alleen in het onderwijs worden gebruikt als het gaat om korte werken, foto’s of kunstwerken. En in compilatiewerken (zoals (digitale) readers en (beeld)databanken) mogen van één en dezelfde maker slechts enkele (korte) werken worden opgenomen. Voor het vertonen of laten horen van een (lange) video- of audio-opname in het leslokaal kan men dus beter een beroep op de vertoningsbeperking (uitzondering 1) doen, waarvoor men bovendien ook geen billijke vergoeding hoeft te betalen.
Voorwaarden (art. 15a Auteurswet):
De onderwijsbeperking eist bovendien ook steeds bronvermelding.
Verder mag het werk niet gewijzigd worden.
En het werk moet al eerder openbaar zijn gemaakt (een ongepubliceerd werk mag men niet gebruiken).

Overigens hebben overeenkomsten tussen uitgevers en een instelling in het hoger onderwijs  vandaag de dag vaak het karakter van een campus-licentie. In een campuslicentie staat in het contract de afspraak dat de digitale bestanden binnen het netwerk van de universiteit of hogeschool zonder vergoeding mogen worden gebruikt.

Uitzondering 3: 'citaatrecht'

Ook het ‘citaatrecht’ stelt deze drie voorwaarden: bronvermelding, geen wijziging en eerdere publicatie (art. 15a Auteurswet).
Het citaatrecht maakt het mogelijk om beschermde werken gratis en zonder toestemming van de maker op te nemen in een ‘wetenschappelijke verhandeling’. Dit mag ruim opgevat worden: ook een PowerPoint-presentatie voor het onderwijs valt eronder.
Een citaat moet wel functioneel zijn; het moet dienen ter ondersteuning van de inhoud van de verhandeling, dus niet alleen maar ter versiering of opleuking.
Ook moet de omvang van het citaat gerelateerd zijn aan het doel dat men ermee nastreeft; lange programma’s of lange teksten mag men bijvoorbeeld niet overnemen, wel korte video-, audio- of tekstfragmenten. Kunstwerken en foto’s mag u wel in hun geheel ‘citeren’.